Kabelgoten, luchtkanalen, armaturen en leidingwerk demonteren en afvoeren: jarenlang was het de standaard bij sloop of afbouw. Zonde, want veel gebouwen beschikken over een grote hoeveelheid materialen en onderdelen die technisch nog prima bruikbaar zijn.
Het hergebruik van materialen én nadenken over de toekomstige bestemming van materialen die we toepassen is de nieuwe norm. In dit artikel lees je wat er komt kijken bij circulariteit in de installatietechniek.
Waarom circulariteit steeds belangrijker wordt
De vragen die we onszelf stellen en die we krijgen vanuit onze opdrachtgevers, zijn sterk veranderd. Waar aanschafprijs en energieverbruik altijd centraal stonden tijdens een project, kijken we nu ook naar de volledige levenscyclus van een installatie.
Wat gebeurt er met materialen aan het einde van hun levensduur? Kunnen onderdelen opnieuw worden gebruikt? En hoe ontwerp je een installatie die over twintig jaar eenvoudig aangepast of gedemonteerd kan worden?
Dat is logisch, want grondstoffen worden schaarser en materiaalprijzen staan onder druk. De manier waarop we binnen de branche werken is op de lange termijn simpelweg niet houdbaar. Vanuit die visie worden duurzaamheidsdoelstellingen en circulariteit dan ook steeds belangrijker.
Als installateur moeten we in staat zijn om op hoog niveau te adviseren over onderwerpen als hergebruik, losmaakbaarheid en toekomstbestendig ontwerpen.
Circulariteit gaat verder dan recyclen
Bij circulariteit komt al snel de gedachte aan recyclen op. Maar circulariteit begint eigenlijk al eerder. Circulariteit draait om het zo lang mogelijk gebruiken van materialen en grondstoffen, het beperken van afval en het ontwerpen van installaties die later eenvoudig aangepast, onderhouden of hergebruikt kunnen worden.
Een goed uitgangspunt hierbij is de R-ladder:
- Reduce – minder nieuw materiaal gebruiken
- Reuse – producten en onderdelen opnieuw gebruiken
- Repair – repareren of reviseren om levensduur te verlengen
- Recycle – materialen verwerken tot secundaire grondstoffen
Concreet betekent dat: kabelgoten of kanaalwerk behouden waar het kan, armaturen upgraden naar LED en materialen en onderdelen pas afvoeren als hergebruik technisch, praktisch of vanuit veiligheidsoverwegingen niet haalbaar is.
Circulariteit is terug te zien in de keuzes die we maken tot op componentniveau. Zo passen we waar mogelijk schakelmateriaal toe dat is gemaakt van gerecycled plastic uit oceanen en kustgebieden. Dit materiaal wordt ingezameld, gereinigd en verwerkt tot nieuw schakelmateriaal, waardoor we primaire grondstoffen besparen zonder in te leveren op functionaliteit.
Een ander concreet voorbeeld is het toepassen van groene installatiekabel. Daarbij kiezen we voor kabels die zijn opgebouwd uit gerecycled koper en biobased materialen. Ook de levering van deze materialen is verduurzaamd, door kabels te leveren op haspels van gerecycled materiaal. Dit soort keuzes verlaagt de milieuimpact, terwijl de installatie gelijkwaardig blijft.
Regenwaterhergebruik is daarnaast een praktische circulaire maatregel in sanitaire installaties. In projecten waar het past, zetten we regenwater in voor toiletspoeling, proceswater en bijvoorbeeld wasmachines. Daarmee verlagen we het gebruik van behandeld drinkwater aanzienlijk, terwijl we de regenwatervoorziening juist inzetten waar drinkwaterkwaliteit niet nodig is.
Ontwerpprincipes voor losmaakbare en modulaire installaties
Bij een circulaire installatie is het belangrijk om veel verder te denken dan duurzame apparatuur. Slimme keuzes in ontwerp, materiaalgebruik, onderhoud en vervangbaarheid zijn minstens zo relevant.
Denk bijvoorbeeld aan modulaire installaties zoals warmtepompen of luchtbehandelingskasten, waarbij onderdelen later vervangbaar zijn zonder dat een compleet systeem vernieuwd hoeft te worden.
Ook wanneer een gebouw of ruimte op een andere manier gebruikt gaat worden, zorgen modulaire installaties voor flexibiliteit. Gebouwen worden zo steeds minder statisch en makkelijker aanpasbaar aan de behoeften van de gebruikers, waardoor de levensduur van een gebouw verlengd wordt.
Bij het losmaakbaar ontwerpen van installaties bedenken we vooraf hoe we materialen later weer kunnen oogsten om de levensduur te verlengen. Losmaakbaar en modulair ontwerpen gaat veel verder dan niet verlijmen of niet in beton storten.
Het vraagt om bewuste ontwerpkeuzes die demontage en aanpassing straks echt mogelijk maken. Denk aan werken met standaardmaten en uitwisselbare interfaces (koppelingen, flenzen, stekkersystemen), in combinatie met demontabele bevestigingen en voldoende inspectie- en werkruimte in plafonds en technische ruimten.
Daarnaast is het slim om onderdelen te scheiden die een andere levensduur hebben: een drager, zoals een kanaal- of gootsysteem, gaat vaak langer mee dan actieve onderdelen zoals regelcomponenten, sensoren of armaturen. Door die lagen te scheiden voorkom je dat je later ‘alles’ moet vervangen.
Materialenpaspoort geeft inzicht in de toekomst
In een materialenpaspoort leggen we vast welke onderdelen en materialen in een gebouw gebruikt zijn, zodat we deze later kunnen hergebruiken. In het materialenpaspoort staat welke materialen en installaties zijn toegepast, waar deze zich bevinden, wat de technische staat is en wat de verwachte levensduur is.
Een materialenpaspoort maakt het eenvoudiger om onderdelen later te onderhouden, vervangen of opnieuw toe te passen. Ook helpt het om de restwaarde van materialen inzichtelijk te maken. Zonder deze informatie verdwijnen veel bruikbare onderdelen alsnog in de container, simpelweg omdat niet bekend is wat er aanwezig is of in welke staat het verkeert.
Een materialenpaspoort wordt nog krachtiger wanneer het gekoppeld is aan de gebouwinformatie in BIM. Door objecten te voorzien van data, zoals fabrikant, type, serienummer, materiaalsoort, locatie, demontage-instructie en onderhoudshistorie, ontstaat een digitale handleiding voor beheer én toekomstig hergebruik.
Circulariteit meetbaar maken
Om circulariteit echt inzichtelijk te maken, is meetbaarheid onmisbaar. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is de BCI-score, de Building Circularity Index. Deze score geeft inzicht in hoe circulair een gebouw of installatie daadwerkelijk is.
De BCI-score wordt gebruikt om te kijken hoe een project scoort op indicatoren die ook terugkomen in Het Nieuwe Normaal. Het Nieuwe Normaal is een landelijk raamwerk dat beschrijft welke aspecten en prestatie-indicatoren belangrijk zijn voor circulair bouwen, zodat opdrachtgevers en marktpartijen dezelfde taal spreken. Daarmee krijgen we meer grip op de circulaire prestaties van een gebouw of installatie.
Bij een BCI-score kijken we naar verschillende onderdelen, zoals het percentage hergebruikte materialen, de mate waarin materialen losmaakbaar en herbruikbaar zijn, de verwachte levensduur van installaties en de restwaarde van materialen aan het einde van de levensduur.
Een BCI-score maakt zichtbaar welke keuzes bijdragen aan een circulair gebouw en waar nog verbeteringen mogelijk zijn. Dat helpt om circulariteit niet alleen als ambitie te benoemen, maar ook daadwerkelijk meetbaar te maken.
Daarnaast speelt de MKI-score van installaties en materialen een rol. Deze Milieukostenindicator maakt zichtbaar wat de totale milieubelasting is van een product gedurende de hele levenscyclus. Daarbij kijken we niet alleen naar energieverbruik, maar ook naar productie, transport, onderhoud en verwerking aan het einde van de levensduur.
BCI en MKI meten niet hetzelfde. De BCI-score zegt vooral iets over de mate van circulariteit, de MKI-score zegt iets over de totale milieubelasting over de hele levenscyclus. Een keuze kan circulair zijn met een hoge BCI, maar toch relatief veel milieubelasting hebben en dus een hogere MKI-score krijgen.
Oogsten: van denken in afval naar denken in waarde
Circulariteit gaat voor een groot deel over het oogsten van materialen. Dat betekent dat materialen en onderdelen uit bestaande gebouwen zorgvuldig worden verwijderd om ze opnieuw toe te passen.
Bij renovaties van scholen, gemeentelijke gebouwen en utiliteitsprojecten is oogsten vaak interessant. In veel gevallen zijn onderdelen technisch nog prima bruikbaar. Juist daarom is vroegtijdige inventarisatie belangrijk. Hoe eerder duidelijk wordt welke materialen behouden kunnen blijven, hoe groter de kans dat deze opnieuw inzetbaar zijn.
In plaats van een volledige installatie af te voeren als afval, kijken we eerst welke onderdelen nog bruikbaar zijn. Denk aan kabelgoten, armaturen, luchtkanalen, leidingwerk, technische componenten of bevestigingsmaterialen.
Bovendien kan circulair werken helpen om binnen budget te blijven. Wanneer bestaande onderdelen behouden kunnen blijven, hoeven minder nieuwe materialen te worden aangeschaft en ontstaat er meer financiële ruimte voor andere investeringen.
Van gebouw naar materialenvoorraad
Met het ontwerpen en uitvoeren van circulaire installaties verandert de manier waarop we naar bestaande gebouwen kijken. Een gebouw is niet langer een eindstation voor materialen, maar een plek waar waardevolle materialen en onderdelen aanwezig zijn die je bij renovatie of functiewijziging (deels) kunt behouden of hergebruiken.